HJO’ ers nobele professionals

Vroeger was het beroep van advocaat en procureur of het zijn van jurist een echte professie. Een nobele bezigheid die, volgens de onderzoekers van het Carnagie-insitituut[i] de sociale, ethische en culturele aspecten van het beroep evenzeer van belang achten[ii] als juridische kennis, ondernemerschap en bovengemiddelde analyse vaardigheden.

Inmiddels is het paradigma in de commerciële juridische dienstverlening gewijzigd van een professie naar een businessmodel. Daar is niets mis mee, juist integendeel, want voor de hbo juristen die vaak de eerstelijns contacten tussen de rechtszoekenden en het recht vormgeven is er een kans die professie nieuw leven in te blazen.

Ik was afgelopen week met Lucas Lieverse en Martijn de Ruijter op de 35e International Conference for Law and Mental Health in Praag, en ook daar werd een dergelijke paradigm-shift gezien als een van de mogelijk kansen voor paralegals. Terug van een businessmodel naar een professie.

Juist door de snelle socialisatie, eenzijdige juridische scholing en concentratie op de haarfijne juridische analyse; wordt het klassieke beeld van de jurist door de academische wereld versterkt. Dit is in de moderne tijd van internet, juridische zelfhulp en een kritische clientèle niet meer genoeg. De op de persoon van de cliënt gerichte reflectie, brengt de noodzakelijke diepgang. Daarin namelijk komen allerlei aspecten aan bod, juridische, sociale emotionele, zakelijke en psychologische en dat is wat de moderne cliënt vraagt. Geen droog advies, maar meedenken en oplossingsgericht creatief handelen. Typisch een kolfje naar de hand van een hbo-rechtenopleiding als de onze.

Het is de reflectie die de kern vormt van onze agenda om HJO om te vormen van een gewone hbo-rechten opleiding tot een preventive law school. Een rechtenopleiding waarin de vrije ontwikkelruimte centraal staat om cliënten optimaal te bedienen, proactief, preventief en als het nodig is reactief juridisch. Zoals een ware professional betaamt.[iii

Wat is daarvoor nodig?

Volgens Sullivan en anderen het volgende:

Een integraal curriculum met 1) de inleiding in de juridische dogmatiek, 2) de praktijkvaardigheden; hoe die juridische dogmatiek toe te passen en te gebruiken en 3) reflexieve vaardigheden door andere dan juridische disciplines te bestuderen, die direct gerelateerd zijn aan het recht, bijvoorbeeld een introductie in de werktuigbouwkunde voor studenten intellectueel eigendom. 4) Van het begin van de studie niet alleen recht doceren, maar ook hoe de praktijk met dat recht omgaat.[iv] 5) Minder breed opleiden en sneller (juridisch) specialiseren waardoor ruimte ontstaat voor multidisciplinariteit. Dat wil zeggen: als een student sneller kan kiezen voor bijvoorbeeld civiel recht en vakken kan laten vallen die met zijn specialisme weinig van doen hebben, zoals bijvoorbeeld bijzonder bestuursrecht of internationaal institutioneel recht, dan kan hij zich beter richten op civiel recht ondersteunende vakken zoals management, bedrijfseconomie en organisatiekunde.[v] En tenslotte het belangrijkste 6) opleiden vanuit een doelstelling, en dat is bij ons vooral voorkomen van juridische conflicten.

Dit lijkt me een van de mooiste doelstellingen mogelijk, voorkomen dat mensen in de juridische problemen komen. Hoe? Mijns inziens primair door enthousiasmeren, dat is beter dan welke leerdoelen, competenties en blended leren dan ook.

Wij kunnen bij HJO de studenten duidelijk maken, dat zij een unieke en nobele professie gaan uitoefenen namelijk mensen helpen in de volle breedte hun leven juridisch gezond te maken en te houden.

Dat kunnen we bereiken door voor te leven en naast ons enthousiasme, met studenten samen te reflecteren op wat nodig is voor een goede preventieve beroepsuitoefening, een brede beroepsuitoefening, een nobele beroepsuitoefening.

Wie doet er mee….?

Eric van de Luijtgaarden, lector



[i] Dit is een onafhankelijk beleids- en onderzoeksinstituut in de Verenigde Staten van Amerika, opgericht in 1905 door Andrew Carnegie en ondersteund door wetgeving van het Amerikaanse congres in 1906. Het instituut is vooral gericht op kwaliteitsverbetering van opleidingen en professionalisering van hoger onderwijs, zie: www.carnegiefoundation.org. geraadpleegd 16 juli 2016.

[ii] Zie W. M. Sullivan, A. Colby, J. Welch Wegner, L. Bond, L. S. Shulman, Educating Lawyers, Preparation for the profession of Law, The Carnegie Foundation for the Advancement of Teaching, summary, 2007, Stanford California, (Jossey-Bass/Wiley), 2007, p. 4-8. Deze studie kondigt zichzelf op de flaptekst als volgt aan: ‘Educating lawyers is the second volume of comparative studies by the Carnegie Foundation for the Advancement of Teaching that examines how the members of different professions are educated for their responsibilities in the communities they serve’.

[iii] H. van Ewijk en H. Kunneman, Praktijken van normatieve professionalisering, Amsterdam (SWP) 2013, p. 41.

[iv] Juist dit element ontbreekt vaak in de studie. Studenten hebben in tegenstelling tot geneeskundestudenten die veel patiënten zien, nooit een ruziënde buurman of crimineel gezien tijdens hun studie. Er is daarom volgens Stolker een dringende behoefte de rechtenstudie praktijkgerichter te maken. Zie C. Stolker, Over de toekomst van het juridische onderwijs, in: Ars Aequi januari 2013, pp. 74-75.

[v] Zie ook mijn uitwerking in hybridisering van het juridisch onderwijs in E. van de Luytgaarden, Nadenken over hybridisering van juridisch onderwijs, in: Tijdschrift voor Onderwijsinnovatie 2016/1, pp. 33-35.

Please follow and like us:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *